Aanpassen per gezin – Djoke

Steeds weer aanpassen:

Als kraamverzorgster moet je je steeds weer opnieuw aanpassen in een gezin. Bijna alle kraamverzorgsters vinden dit spannend, waar kom je nu weer terecht, is het een leuk gezin, zal het wel weer lukken deze week. Maar zodra je gebeld wordt ga je snel op pad en bij aankomst in het gezin is dit gevoel vanzelf over en ben je in staat te handelen. Ga je assisteren bij een bevalling dan is dit meestal ’s nachts, de deur wordt open gedaan door de aanstaande papa of verloskundige, of je moet je weg zoeken in het donker. Je zit vol adrenaline en je gaat aan de slag. Je stelt je voor, meestal komt dit bij de moeder pas later aan bod, die heeft wel iets anders te doen. Zelf ga ik meestal gewoon mijn gang en zet alles klaar voor de bevalling en controleer het bedje, maak kruiken voor de kleertjes en doeken die we gebruiken bij de bevalling. Verder ondersteunt een kraamverzorgster vooral de moeder en de aanstaande vader, helpt de verloskundige en is daar waar ze nodig is. Tot de grote beloning volgt, de geboorte van een prachtige, gezonde baby.

Dan is er nog veel werk te verzetten. De placenta moet geboren worden, soms moet er worden gehecht en assisteert de kraamverzorgster hierbij. De baby moet rustig bij mama op de buik kunnen liggen en aan de borst kunnen drinken. Dit heeft rust en rijd nodig. Ook de papa moet even lekker met zijn kindje kunnen zitten of liggen na de bevalling. Liefst ook op de blote buik. De verloskundige en kraamverzorgster laten zodra de zorg dit toelaat het gezin even samen tot zich zelf komen. Daarna volgt dan de controle van de baby, wegen en de zorg voor de mama.

Is de baby ’s nachts geboren dan gaat na een paar uur de kraamverzorgster nog naar huis, loont dit de moeite niet qua tijd dan blijft zij gewoon. Overdag gaat de zorg gewoon over in kraamzorg.
Uit het ziekenhuis:

Natuurlijk komt het vaak genoeg voor dat mensen bevallen in het ziekenhuis, dan ga je naar ze toe bij thuiskomst. Ook dan is het even wennen, de moeder wil meestal beneden blijven zitten en het is echt beter voor haar rust de eerste drie tot vijf dagen lekker in bed te blijven. Maar mama zit nog vol adrenaline en moet even landen. Het is dan aan de kraamverzorgster om hierin het voortouw te nemen. Vaak zie je dat moeders na de tweede dag een beetje instorten en gaan toegeven aan hun vermoeidheid. Dag drie/ vier is dan tijd voor een traantje, dit hoort er allemaal bij. Het is aan de kraamverzorgster om rust te creëren. Alle ouders zijn weer anders en hebben hun eigen ideeën over hoe ze de kraamweek wensen, maar dat maakt het juist boeiend. Goed luisteren naar de wensen is dan ook erg belangrijk.

About the author  ⁄ Redactie

No Comments