De fiets

Dag hummeltje,

Deze week gaan de dingen snel. Alsof ik het nooit anders gedaan heb, paradeer ik door de Amsterdamse straten op een fiets waarvan ik niet eens wist dat ze al zo geavanceerd gemaakt werden. Het is een witte met een verend zadel tegen pijnlijke billen, met de soepelste versnellingen voor brugje op brugje af, en met overdreven grote banden – omdat ze dan niet lek kunnen, hoeveel kapotte flesjes je ook tegenkomt – die dus ook en vooral zijn ontworpen voor ouders die over een dijk naar huis moeten. En nu komt het beste: hij is speciaal voor jou.

Hij is dusdanig voor jou dat er al een kinderzitje op zit, aan het stuur vast. Jouw limegroene zetel naar vrijheid, naar de wind in je snoet, met een zwoegende papa of mama veilig vlak achter je. Ietwat voorbarig misschien, want je blijft in elk geval nog zestien weken in je moeders buik en daarna moet je eerst leren je zware hoofd recht op je rompje te houden, maar goed, de mama van wie we jouw vervoersmiddel kochten, gaf het zitje er gratis bij. En ik heb maar besloten om van de gelegenheid gebruik te maken door alvast wat ‘voor te voelen’, fantoom te fietsen, zoiets. Het tweede zitje, dat er van de gulle ouders uit Apeldoorn ook op mocht blijven, heb ik er wel afgehaald. Bovenop die kindertank voelde ik me een soort valsspeler. En dat zien de mensen feilloos.

Ik stel me voor dat het er sowieso best gek uitziet, zeker voor de stiekem oplettende buren die elke dag op routine ‘vergeten’ goedemorgen te zeggen maar overmatig ervaringsdeskundig zijn als het om kleine kinderen gaat – we wonen in een yuppenbuurt. Die zien al een week lang een jonge vader en een volledig op kinderen ingerichte fiets voorbijkomen, maar dan zonder het daadwerkelijke kind erop. Er ligt nu steeds een aktetas weggepropt achter het immense windscherm dat jou volgend jaar tijdens onze fietstochten langs Holysloot en Ransdorp gaat beschermen tegen zwermen horzels. Eerst kan ‘de buurt’ nog denken dat mama je op haar eigen fiets naar het kinderdagverblijf heeft gebracht, maar als ze me dan aan het einde van elke werkdag alweer met een leeg zitje langs zien fietsen, zullen ze een patroon zien en denken dat ik je heel consequent vergeet op te halen. Of dat ik nu al in een papacrisis ben beland en je moedwillig achterlaat.

Ik heb trouwens het idee dat de hele stad me met een opgetrokken wenkbrauw passeert nu ik op die veel te dure bolide rondrijd. Of ze vinden ‘m net als ik te mooi en trekken dat gezicht omdat ze jaloers zijn – een oud vrouwtje zei: ‘Wat kost dat ding? Tweeduizend?’, en ik: ‘Nee mevrouw, dat niet’, en zij: ‘Puh, ik hoop het niet voor je’ – of ze vragen zich alle achthonderdduizend af waar dat kind in hemelsnaam blijft. En om nou niet zonder een kartonnetje om mijn nek met zoiets als ‘Ik oefen op mijn papafiets, kleintje komt half november’ van huis te gaan, vind zelfs ik te ver gaan.

Maar de dingen gaan snel. Na een paar dagen op onze prachtvolle tweewieler wen ik aan het idee dat ik er straks met jou op zit. Denkbeeldig, en soms tijdens een wat ver doorgevoerde dagdroom echt (dan trekt ook mama haar wenkbrauw op), aai ik over je bol. Dan hoor ik je kirren en zie ik de wind je blonde haartjes één kant op blazen en kan ik je bijna ruiken. Wat ben je al dichtbij.

About the author  ⁄ Redactie

Related Posts

Eerste pakje

Naakt

Papacursus

Druk

Comments are closed.