De laatste loodjes – Marcel

Anne was zeer zwanger, het was een zinderende zomermaand en de combinatie zware last en hete zon eiste zijn tol. Mijn arme vrouw had het verre van gemakkelijk. Elke beweging was er een te veel, ze was het zwanger zijn zat en haar stemming zakte tot een onheilspellend laag peil.

Ze snakte naar verkoeling en wilde heel graag, nee: eiste bijna dat ik een vrije dag zou nemen om samen met haar naar de zee te gaan. Ik had nog maar een paar ATV-dagen te besteden en daar wilde ik zuinig mee omspringen. Maar tegen de smeekbede van Anne kon ik natuurlijk geen nee zeggen.

De volgende dag reden we gezamenlijk naar Schoorl, onze favoriete badplaats. Zwijgend zaten we naast elkaar. Het vooruitzicht om over een halfuur een lekker zeebriesje op te kunnen vangen had geen positieve invloed op de stemming van mijn vrouw. Boos keek ze voor zich uit. Ik liet het maar zo; pogingen om haar op te vrolijken zouden bij voorbaat zinloos zijn.

Met twee zware tassen in de hand – een vrouw kun je niet laten sjouwen, laat staan als ze zwanger is – sjokte ik met Anne achter me door het mulle, hete zand. Een strandbal raakte mijn achterhoofd en sprong weer weg. ‘Sorry meneer’, hoorde ik de dader, een jochie van zeven dat met zijn vriendjes aan het spelen was, roepen. Normaalgesproken zou Anne erom moeten lachen. Maar nu even niet.

Integendeel: het was heel druk op het strand, we moesten zigzaggen langs de al dan niet bezette badhanddoeken, en daar hadden we niet op gerekend. Zandvoortse taferelen treffen we hier doorgaans niet aan. Mijn vrouw houdt al helemaal niet van drukte en om begrijpelijke redenen was ze er nu allerminst tegen bestand. ‘Waarom moeten we nou net hìer naar het strand!’ beet ze me toe.

‘We gaan toch altijd naar Schoorl?’ probeerde ik. Anne keek me alleen maar vernietigend aan, zuchtte diep en deed er verder het zwijgen toe.

‘Kijk, daar is een mooi plekje’, riep ik enthousiast. Want ik probeer de sfeer altijd leuk te houden. De  tassen plaatste ik op het zand en ik maakte aanstalten mijn shirt uit te trekken.

‘Ik heb hier geen zin in’, hoorde ik achter me. ‘Ik wil naar huis.’

‘Hè!?’ riep ik, terwijl half struikelend uit mijn spijkerbroek stapte.

‘We gààn!’ zei Anne.

‘Maar je wilde naar het str…,’ wilde ik er tegenin brengen, maar Anne had zich al omgedraaid en was op weg naar de auto.

Daar gaat mijn vrije dag, besefte ik. Met een zucht kleedde ik me weer aan, pakte de tassen op, die een stuk zwaarder leken dan op de heenweg, en volgde Anne. Ook tijdens de terugrit zwegen we, ieder voor zich bezig met geheel eigen gedachten.

Ons kindje moest zich nu maar eens snel melden, vond ik.

About the author  ⁄ Redactie

Related Posts

No Comments