Eerste pakje

Dag kleintje in de buik,
 
Ik wil je vandaag iets belachelijks vertellen, iets waarvan ik nooit had gedacht dat ik er ook maar iets om zou geven. Maar zoals zo ongeveer mijn hele wereld honderdtachtig graden draait en daarmee op z’n kop staat, is eigenlijk niets meer gek, of misschien wel alles en maakt dat niets uit. Het nu volgende nestelde zich in het brein van je vader met denkbeeldige weerhaakjes zo stevig, dat er onmogelijk een andere optie denkbaar was. Dat is iets waarvan ik trouwens al mijn hele leven last heb, als kind vooral, maar ik geloof dat ik met jouw komst ook weer een beetje terugga naar die periode. Fijn, moet je maar denken, dan begrijpen we elkaar extra goed over een paar weken.
 
We zaten op de bank bij een vriendin, mama en ik, en die vriendin was nog niet zo lang geleden zelf mama geworden. Terwijl ze een kopje koffie voor ons zette, begon ze over een nieuw fenomeen: het eerste pakje. Daar moest je heel erg goed over nadenken, vond ze, want in dat kleertje wordt een kindje misschien wel het vaakst ooit gefotografeerd. Een serieuze aangelegenheid dus, niet iets waar je na een kortstondige discussie in een zondags café samen wel uit bent. Nee, je moet een uitgebreid vergelijkend warenonderzoek verrichten, want, sprak de vriendin: ‘Je wil niet dat die arme hummel er in een goedkoop Hemaatje bij ligt straks. Dat is zielig.’
 
Direct na die woorden dacht ik nog heel even: een eerste pakje, een eerste pakje, hemel, alweer iets op het lijstje ‘aan te schaffen.’ En dat papier dijt al met de dag uit. Maar zoals ik je net al vertelde: als een ideetje zich eenmaal in mijn hoofd vasthecht, is het er niet meer uit te slaan. Zo ging het vroeger: op mijn tiende mocht ik voor het eerst op de fiets van Kamerik naar Woerden, vijf kilometer, een rechte weg naar de stad. Ik liep er in mijn eentje langs de etalages, met mijn met de stap zwaarder wordende gouden vijfguldenmunt in mijn broekzak en met steeds groter wordende ogen. Die ogen vielen na een half uur op een babyblauwe (hoe ironisch) mobiele telefoon die zo vreselijk veel mooier was dan het tweedehandse exemplaar in mijn andere broekzak, dat ik de opwinding totaal niet de baas was. Deze blauwe, ronde, moderne en vooral ontzettend hippe telefoon moest ik hebben. Geen discussie. Maar met die vijf gulden kwam ik er niet. En dus sprong ik op mijn fiets en reed ik zonder het zadel ook maar een seconde aan te raken terug naar huis. In vijf minuten stond ik daar ook weer buiten met genoeg geld, want hé, als ik ergens bedreven in was, was het mijn moeder zo lief aankijken dat ze smolt. En ze was het gesprek nog wel begonnen met een hele duidelijke ‘nee!’. Manipulatie heet dat, weet ik nu. Ik zal er extra op toezien dat die eigenschap ons woonbootje voorbijdrijft, klein mens. Reken maar.
Al was het maar omdat ik er zelf nog altijd niet vanaf ben. En ik ben er niet echt trots op.
 
Met dit eerste pakje dus niet anders, wist ik nog voor ik mijn kopje koffie bij de vriendin helemaal ophad. Ik wist ook: dit kledingstuk zou nooit overgenomen worden van iemand anders, het zou geen Hemaatje of H&M’tje of anderszins B-merk worden, maar een stralend en vooral nieuw prachtvol kledingstukje. Geld interesseerde me niet. Hoe mama erin stond eigenlijk ook niet.
 
De zoektocht duurde maanden en ging via Malmö, Philipsburg en natuurlijk Amsterdam. Stiekem had ik mama ook best wel enthousiast gemaakt, min of meer. Een korte greep uit de argumentatie: ‘Je wil toch niet dat ons kind er lelijk uit zal zien op uitgerekend de eerste foto’s?’ en: ‘Laat mij nu ook gewoon iets doen ter voorbereiding!’. Van die stevige taal.
 
En op een regenachtige najaarsdag vond ik ‘m, samen met mama. Geen twijfel, het was liefde op het eerste gezicht, zoals ik ook uit het niets totaal verknocht was aan je moeder. Al het andere moest wijken, niets anders bestond zelfs. Er was alleen één klein probleem, een niet klein genoeg probleem eigenlijk: de kleinste maat was net weggekaapt en bijbestellen kon niet en op internet was-ie uitverkocht. Zal je altijd zien.
 
Hier is het wonderbaarlijke aan dit verhaal: gedesillusioneerd – niets aan gelogen – fietsten we terug naar huis, zonder eerste pakje, zonder ook maar het geringste vooruitzicht op jouw pakje. We reden een nieuwe route naar huis, mama en ik, via een nieuwe veerpont en langs een industrieterrein naast het bos waar je straks gaat spelen, toen mama’s oog viel op Het Logo. ‘STOP’, riep ze, ‘moet je zien’. Ik keek en zag dit: het merkje van het uitverkochte pakje in koeienletters op het raam, dit was het hoofdkantoor, het magazijn waar alle maten driedubbeldik op voorraad liggen, en dat naast pal ons huis. Hoe bestaat het? We sprongen van onze fiets, klopten op de deur en vroegen of ze hier ook verkochten, en wel het pakje met een hier niet nader te noemen typnummer. Het antwoord:

‘Normaal gesproken niet, maar laten we dit keer maar een uitzondering maken’, zeiden de dames breeduit glimlachend. ‘Welke maat heb je nodig?’
‘Het kleinste, voor ons kleintje.’ Mama wees naar haar bolle buik.
‘Ja, tuurlijk, hebben we, wacht hier maar even.’

Mama en ik keken elkaar vol ongeloof aan. Dit was een moment gelijk aan onze eerste ontmoeting, toen de wind in Ghana leek te waaien voor ons, en de zon leek te schijnen niet voor ieder ander, maar speciaal voor je moeder en mij.

We bedankten de dames in het magazijn wel dertig keer, en ik keek even omhoog, de nieuwe aanwinst stevig in mijn armen klemmend, en gaf die lieve moeder van mij, jouw lieve oma, een knipoog. Voor even was ze bij ons, ons gezinnetje was compleet, niets was belachelijk en tegelijkertijd alles. En dat was goed.

About the author  ⁄ Redactie

Related Posts

Naakt

Papacursus

Druk

Comments are closed.