Ons eerste kind – Marcel

Anne werd in een rolstoel naar de verloskamer gereden en ik hobbelde erachter aan. Galant als ik ben hielp ik haar op het bed. Daarna drapeerde ik mijn jas over een stoel. Tegen de muur stond een stretcher, zag ik. Voor mij. Meteen kwamen bij mij verhalen binnen van vrienden en familieleden die al vader waren geworden. Bij sommigen had het wel dertig uur geduurd voordat de bevalling was geslaagd. Ik maakte me op voor een langdurig verblijf in het ziekenhuis. Maar Anne was ervan overtuigd dat ik de stretcher niet hoefde uit te klappen. ,,Dit gaat niet lang duren,’’ zei ze. ,,Dat voel ik gewoon.’’

Het werd bevestigd door de arts die zich kwam melden. Tien centimeter ontsluiting, leerde zijn kennersblik. Ik voelde mezelf ijskoud worden. Ons kind komt eraan! Het was nauwelijks te bevatten.

Nog minder te bevatten was de aanblik die mij was gegund toen Anne eenmaal in de juiste positie lag. Ik kon het hoofdje zien. Niet kaal, zoals ik had verwacht, maar behoorlijk behaard. Het kind lag startklaar om op de wereld te komen.

Anne moest persen en af en toe wachten. Ze deed het allemaal prima, alsof ze al tien kinderen had gebaard. Op de momenten dat het erom spande kneep ze in mijn hand – achteraf verbaasde ik me erover dat er geen botjes waren gebroken. En toen gebeurde het. Het hoofdje was nu al deels zichtbaar. Even moest Anne weer wachten en toen gaf ze de laatste zet. Ons kind was geboren!

Het was een meisje. Met redelijk vaste hand knipte ik de navelstreng door; een bijzonder moment. De dokter verdween even met ons kindje om een en ander schoon te poetsen en legde haar daarna bij haar moeder. Aan mij de eer de naam bekend te maken. ‘Joy’,’riep ik, tussen twee snikken door.

De assistente kwam met beschuit met muisjes en glaasjes fris. We bouwden een klein feestje. Moeder en kind kwamen even tot rust en dat gaf mij de gelegenheid naar mijn moeder te bellen. De spanning en blijdschap kwamen er in één keer uit, toen ze aan de lijn verscheen.  ‘Het…is…ge…beurd’ snikte ik. Mijn moeder schrok. ‘Is er iets mis?!’ vroeg ze angstig, mijn tranen niet als blijdschap interpreterend. Het duurde een halve minuut voordat ik iets kon zeggen. ‘Nee, het is allemaal goed’, hijgde ik. ‘We hebben een dochter. En ze heet Joy!’’

Bij mijn schoonouders stuitte ik op een antwoordapparaat. Die zou ik dan de volgende ochtend wel bellen. Moeder en dochter liet ik daarna alleen. Ik mocht niet blijven en zou de volgende dag terugkomen.

Thuis heb ik zowaar nog wat geslapen. Tegen negenen belde ik de naam en andere relevante gegevens door naar de drukker, die er meteen voor zou zorgen dat de kaarten die we al hadden uitgezocht konden worden gedrukt. Het ontbijt sloeg ik over. Ik haalde de kaarten op, plakte er postzegels op en duwde het hele pakketje in een brievenbus. Joy was geboren. En iedereen moest het weten!

About the author  ⁄ Redactie

Related Posts

No Comments