Paniek – Marcel

Anne raakte weer zwanger en wilde deze keer graag thuis bevallen. Dat wilde ze de eerste keer ook, maar omdat tussen het breken van het vruchtwater en de weeën te veel tijd had gezeten, moesten we naar het ziekenhuis.

Net als Joy, begon ook ons tweede kind zich in de nachtelijke uren te roeren. En de volgende ochtend was het zeer wijs om de huisarts te bellen – hij zou de bevalling doen. Kort na zijn spreekuur kwam hij op bezoek. Gelukkig maar! Omdat we niet naar het ziekenhuis hoefden, bleef mij weliswaar een dolle rit bespaard, maar er stond een groot nadeel tegenover: geen deskundige mensen met witte jassen om me heen aan wie ik alle zorg kon overlaten. Nu stond ik er nogal alleen voor en dat vond ik verre van prettig. Toen onze vertrouwde dokter binnenliep, viel er daarom een hoop spanning van me af. Maar ik had iets te vroeg gejuicht..

De huisarts onderzocht Anne en constateerde dat er nog geen nood aan de man was. ‘Ik ga weer’, zei hij. ‘Bel maar als het zover is’. Voordat ik kon tegenstribbelen, liep hij de trap naar beneden al af.

Bel maar als het zover is. De woorden echoden nog na. Maar wat als het ineens heel snel zou gaan? Ik moest alle zeilen bijzetten om rustig te blijven. En dat was nog niet eens mijn enige probleem: we hadden nog geen wieg.
Ons kind had een week voor de uitgerekende datum gemeld dat het eraan zat te komen en daar had ik niet helemaal op gerekend. We hadden natuurlijk al lang een wieg moeten kopen, dat snapte ik ook wel. Maar het was er simpelweg nog niet van gekomen. En om nu snel naar een winkel te rijden, daar was het nou net de situatie niet naar.

De weeën begonnen te komen en bij mij dienden zich wat tekenen van paniek aan. Aan die wieg hoefde ik niet eens meer te denken; ik moest Anne bijstaan en tussendoor, tussen twee weeën in, de huisarts bellen.
Binnen tien minuten stond hij weer in de slaapkamer. ‘Heb je handdoeken?’ vroeg hij, terwijl hij een paar operatiehandschoenen aantrok. Handdoeken. Waar hebben we handdoeken? Ik wist de weg in mijn eigen huis even niet meer. Gelukkig kwam ik bij zinnen. Ik trok de kast in de slaapkamer open en staarde recht in een stapel verse handdoeken. In één beweging pakte ik de stapel uit de kast en overhandigde hem aan de huisarts. ‘En heet water’, sommeerde hij vervolgens. Ik kreunde en spoedde me de trap af. In de keuken vulde ik een emmer met heet water en stormde de trap weer op.
De bevalling verliep voorspoedig en snel, te snel. Voordat ik het in de gaten had, hield de huisarts een klein knulletje in zijn armen. Dave was geboren! Alles was goed gekomen. En die wieg? Die heb ik later gekocht. De eerste dagen heeft onze hond Billy zijn mand afgestaan.

About the author  ⁄ Redactie

Related Posts

No Comments