Tevreden – Marcel

Het plafond was hagelwit en daardoor viel mijn oog meteen op de spin die in één van de hoeken rond kroop. Waarschijnlijk was de spin bezig met het bouwen van een web. Vanaf mijn positie, liggend op de operatietafel, kon ik het uitstekend volgen. Spectaculair was het niet; een spin die een web weeft is doodnormaal en ik heb het al heel vaak gezien. Maar ik was bloednerveus. Ik moest bovendien wachten tot mijn huisarts en zijn collega zouden binnenkomen en dus leidde het even af.

Lang hoefde ik niet te wachten. De deur zwaaide open en de twee mannen kwamen binnen. Gelukkig maar, want als het dan toch moest gebeuren, dan maar zo snel mogelijk. De collega van mijn vertrouwde huisarts, eveneens huisarts maar dan in een andere wijk, was heel groot en had handen als de spreekwoordelijke kolenschoppen. Dat maakte me niet bepaald rustiger. Sterker nog: in het voorbijgaan had hij me al eerder geobserveerd, en dan vooral het gebied waar de operatie zou plaatsvinden, en toen had hij wat bedenkelijk gekeken. Nog sterker: hij had iets tegen mijn huisarts gemompeld in de trant van ‘Nou, dat wordt geen makkie’. Alle redenen dus om me zoveel mogelijk op die spin te concentreren.

Toch kon ik niet voorkomen dat ik te veel zag dan mij lief was. Zoals mijn huisarts die zich naar me toe boog met een injectiespuit in de hand. Vier prikken kreeg ik en ik zat bijna tegen het plafond, naast de spin.

De plaatselijke verdoving begon zijn werk te doen. De operatie kon van start gaan. Ik had me er nauwgezet op voorbereid, voor zover dat mogelijk was. Ik had me goed ingelezen, maar toch viel het vies tegen. Dat vonden mijn huisarts en zijn collega ook, terwijl deze laatste toch al zijn bedenkingen had. Ze waren veel langer bezig dan ik had verwacht. Het duurde namelijk een vol uur. En ik lag daar maar zonder dat ik me kon verroeren. Hulpeloos. Machteloos. Radeloos. ‘Bijna klaar,’ riep mijn huisarts uiteindelijk met het puntje van zijn tong tussen zijn tanden. En toen, even later: ‘Ja, het is gebeurd, meneer Van Stigt.’

Het was voorbij. Mijn adem, die ik voornamelijk had ingehouden, liet ik stokkend ontsnappen. Ik moest het even laten inwerken. Het was ook nogal wat. Lange tijd had ik er tegenaan gehikt en uiteindelijk had ik, niet in de laatste plaats op vriendelijk maar beslist aandringen van mijn vrouw, de knoop doorgehakt en een afspraak met mijn huisarts gemaakt.

De napijn viel mee. Na twee dagen ging het wel weer. Maar het zou wel voor altijd bij mijn huidige twee kinderen blijven; de productie was stopgezet. Opnieuw vader worden zat er niet meer in. Maar dat hoeft ook niet, want ik ben dik tevreden zo.

About the author  ⁄ Redactie

Related Posts

No Comments