Verdriet en opluchting – Sophia

Twee weken en 3 dagen kropen voorbij. Tobias en ik gingen met meer goede hoop het echocentrum binnen dan we het de vorige keer verlieten. Je maakt jezelf langzaamaan gek; houdt je vast aan kleine dingen: misselijk! veel trek! zin in zoet! zin in hartig! Ik heb echt al een buikje (ja, duh, vreetzak!).

Echomevrouw had achteraf gezien al zo’n blik in haar ogen, alsof ze het de vorige keer al wist. Ik mocht gaan liggen en we zagen een zwart gat. Het was even groot als 2,5 week geleden. En een tweede zakje was niet eens meer te bespeuren. Niet goed dus. Ik kon m’n tranen nog net bedwingen; Yildiz niet daarentegen; zij huilde mijn verdriet. Een kind voelt die dingen aan. Pas na de uitkraamselen van de echomevrouw: “Gaat het wel?”, “Naar he” en nogmaals “Gaat het echt wel?” (nee mens! natuurlijk gaat het niet, wat denk je zelf!), kon ik op weg naar buiten mijn eigen verdriet kwijt. Maar mijn tranen waren niet alleen die van verdriet; het waren evengoed tranen van opluchting.
Dat bloed, die twijfel, het afwachten, de angst, de hoop; ik was het zat. Het is goed of niet, en iets er tussenin is er niet. Hoe verdrietig ik ook ben over het kindje in wording dat niet mocht zijn, ik ben vooral opgelucht dat het nu duidelijk is.

Maar dan? Dan zit er dus een niet levensvatbaar vruchtje in je buik. Dat moet eruit. “En wel nu meteen!”, schreeuwt mijn hart. Maar mijn lichaam wilt zo graag zwanger zijn, dat het het niet loslaat.

Dus naar het ziekenhuis om de miskraam op te wekken. Kiezen tussen pillen en curretage. Bij mijn vorige miskraam gecurreteerd, maar dit keer neem ik de pillen. Ik hoor de laatste tijd teveel verhalen over verkeerd uitgevoerde curretages.

Daar zitten we dan, te plannen wanneer de miskraam gaat plaatsvinden: “Morgenochtend ben ik weg, dus als je ze nu neemt, kan het zijn dat het morgen gebeurt als ik er niet ben”, aldus Tobias. Nee, dat moeten we niet hebben. “Neem ze anders morgenmiddag. Alleen wat uurtjes in de namiddag ben ik er niet”, vervolgt hij. Zo plannen we de miskraam. Cru.

“Ik neem ze nu!”, schreeuw ik ietwat gespannen naar boven. Tobias komt om het half uur even kijken. Maar helaas, 4 uur wachten (niet onaangenaam trouwens: krant, tijdschrift, boek, pot thee, warm kleedje en paracetamol binnen handbereik), maar niets van beweging daarbinnen. Tweede dosis erin en ja, ik voel wat druk op mijn buik. Na een uur wat bloed, yes! Tobias is net vertrokken. Hmm, ik moet plassen. En dan: floep, het vruchtje. In de toiletpot; vruchtzakje, placenta, ja volgens mij compleet. Dan een dag geen bloed meer. En dan bloed als in een gewone menstruatie. En dat is precies hoe ik me voel. Als een menstruerende vrouw. Zin in chocola, gekleed in mijn joggingpak en televisie kijkend op de bank, het slechte drama van afgelopen weken wegzappend.

About the author  ⁄ Redactie

No Comments