Wie het allemaal moeten ontgelden: hormonale zwangerschapsagressie – Maureen

In De Wereldwinkel
Ik was op zoek naar een klein, dun kaarsje voor in een klein, dun kandelaartje. Dus ik vroeg: “Verkoopt u misschien ook van die kleine, dunne kaarsjes voor in minikandelaartjes?” Het antwoord van de verkoopster werkte me vre-se-lijk op de zenuwen. Ze zei: “Nee, maar ik heb wél van die dikke kaarsen. Die zijn helemaal hip tegenwoordig, iedereen heeft ze”. Oké, ten eerste vroeg ik om een ultradun kaarsje en niet om een ultradíkke. Ten tweede ben ik niet iedereen.

Normaalgesproken blijf ik meestal vriendelijk en geduldig. Maar tegenwoordig zijn mijn zwangerschapshormonen de baas. En die hebben geen geduld. Dus ik zei: “Oh? Heeft iedereen die? Ik anders niet, hoor!” Hopeloos werd ik van haar reactie: “Ik heb ook gewone kaarsen.” Aarggh. Wat vroeg ik nou?! Misschien had ze een suffe cursus verkopen gevolgd met als gevolg dat ze elke aanleiding aangreep om me iets aan te smeren waar ik niet voor kwam. Ik weet het niet, ik vermoed het. Ik heb maar gezegd: “Mevrouw, als ik ‘dunne kaarsjes’ zeg, dan bedoel ik ‘dunne kaarsjes’, en niet ‘gewone’ of ‘dikke’. Maar dank voor de moeite.”

Ventieltje
De juffrouw van De Wereldwinkel was niet de enige die me op mijn zenuwen wist te werken. Ook de winkeljuffrouw van de Simon Lévelt wist een onbeantwoordbaar beroep te doen op mijn geduld.

We hadden een nieuw ventieltje nodig voor ons espressopotje. Niet voor mijn espressopotje, want ik ben natuurlijk al ruim voor de conceptie gestopt met koffie drinken. Dat terzijde. Ik wil namelijk niet nu al een slechte moeder gevonden worden.

In de Simon Lévelt troffen we twee winkeljuffrouwen aan. De één stond op de toonbank te balanceren terwijl ze een nieuw peertje in de lamp draaide. De ander stond er een beetje onwennig en ontwijkend bij. Mijn vriend sprak haar aan. Van een ventieltje had ze nog nooit van haar leven gehoord en al helemaal niet van ventieltjes op espressopotjes. Geeft niks, kan gebeuren. Maar er sprak een vastberaden onbereidwilligheid uit haar hele houding die mij direct op de zenuwen werkte. Ze zei: “Een ventieltjeeeee? Nee, hoor, die hebben we hier niet.”, gevolgd door een stilte en een lege blik op het oneindige. M’n vriend vroeg nog: “Kan die dan niet besteld worden?”, maar mijn irritatielevel was al lang overschreden. Voordat mevrouw kon antwoorden, riep ik: “Nou, daar ziet het niet naar uit!”

Hier sprong de andere winkeljuffrouw tussenbeide en bood aan om ‘de overkant’ te bellen. Aan de overkant bevindt zich namelijk het koffiehuis en de monteur aldaar had heel misschien nog wel een ventieltje liggen.

Ontspanning
En zo zaten we even later, mét ventieltje, een heerlijk kopje koffie respectievelijk een supergezond biologisch vruchtensapje te drinken aan de bar aan de overkant. Het zonnetje scheen, het leven was goed, mijn hormonenstorm was weer gaan liggen. Er restte niets dan ontspanning.

About the author  ⁄ Redactie

No Comments